Na 7 dagen staat de strategie -1,3% tegen -2,5% voor de S&P, een bescheiden voorsprong van +1,2% bij een beperkte drawdown van -1,9%. De meeste posities bewegen binnen ruis; het verschil wordt vooral gemaakt door enkele zware verliezers in de AI/semi-cluster (AVGO -19%, MU -15%, AMD -8%), terwijl defensieve en kwaliteitsnamen stabiel licht positief staan. De voorzichtige conclusie: de relatieve outperformance lijkt nu eerder uit een minder slecht verlopen marktdaling te komen dan uit bewezen aandelenselectie, en het echte risico zit in de concentratie en de instapmomenten binnen één thema. Het is te vroeg voor conclusies — de focus hoort op positiegrootte en spreiding, niet op zeven dagen koersruis.
Lessen:
- Een papierverlies van enkele procenten is statistische ruis, geen signaal — beoordeel posities op de oorspronkelijke thesis en fundamentele drijvers, niet op kleine koersbewegingen rond de instapprijs.
- Een goed bedrijf is niet automatisch een goede instap: AVGO (-19,1%) en MU (-14,6%) tonen dat instapkoers en gespreide opbouw het risico bepalen, vooral bij hooggewaardeerde AI-namen.
- Concentratie in cyclische AI/semi-aandelen (AVGO, MU, AMD, GEV) vergroot de gevoeligheid voor de bredere hypecyclus en multiple-compressie — positiegrootte is hier de belangrijkste risicoknop.
- Bij defensieve namen (JNJ, KO, MRK) is het risico verveling en achterblijven, niet paniek; het rendement komt traag uit stabiliteit en dividend, niet uit koersexplosies.
- Bij grondstof- en thema-afhankelijke posities (COP, EOG, NLR) wordt de koers gedreven door variabelen buiten je controle (olie-/uraniumprijs), dus 'geen beweging' betekent niet 'geen risico'.
- De grootste verliezers zijn geconcentreerd in dezelfde cluster (semi/AI), wat erop wijst dat de portefeuille minder echt gespreid is dan het aantal posities suggereert.