QUANTHEA

Begrippenlijst

In gewone taal.

De begrippen die je op QUANTHEA tegenkomt, kort en zonder jargon uitgelegd.

Paper trading
Handelen met fictief geld op een oefenrekening. Echte koersen, echte orders, maar geen echt risico — ideaal om een strategie te testen.
S&P 500
Index van de 500 grootste Amerikaanse beursbedrijven; de standaard-maatstaf waartegen beleggers zich meten. QUANTHEA's scheidsrechter.
Benchmark
De maatstaf waartegen je prestatie wordt afgezet. Hier de S&P 500: de portefeuille is pas 'goed' als ze de benchmark verslaat.
Alpha
Het rendement bovenop de benchmark. Positieve alpha = beter dan de index; negatieve alpha = slechter. De kern van wat QUANTHEA probeert te bewijzen.
Inverse-volatiliteit
Een wegingsregel die rustige (minder beweeglijke) aandelen een groter gewicht geeft en onrustige een kleiner, zodat geen enkele positie de portefeuille domineert.
Volatiliteit
Hoe sterk een koers beweegt. Hoge volatiliteit = grote uitslagen = meer risico. Vaak geannualiseerd uitgedrukt in procenten.
Sharpe-ratio
Rendement per eenheid risico. Hoe hoger, hoe beter de beloning voor het genomen risico. Boven ~1 is goed; de meeste strategieën zitten lager.
Beta
Hoe sterk de portefeuille meebeweegt met de markt. Beta 1 = beweegt mee met de index; onder 1 = rustiger; boven 1 = beweeglijker.
Drawdown
De daling vanaf een eerdere top tot een dal. Een drawdown van −20% betekent dat de waarde tijdelijk een vijfde lager stond dan de piek.
Rebalancing
Het bijsturen van de portefeuille naar de doelgewichten: bijkopen wat te licht weegt, verkopen wat te zwaar weegt.
Agentic AI
AI die niet alleen tekst produceert maar zélf handelt: data ophaalt, redeneert, beslist en acties uitvoert. QUANTHEA is een agentic systeem.
LLM
Large Language Model — een groot taalmodel zoals Claude. Getraind op enorme hoeveelheden tekst, in staat tot redeneren en analyseren.
Claude Code
De agent-omgeving waarin Claude code draait, data leest en handelt. QUANTHEA gebruikt Claude Code om analyses te doen en orders te plaatsen.
Backtest
Een strategie testen op historische data. Klinkt overtuigend, maar is gevoelig voor 'overfitting' — daarom test QUANTHEA live vooruit in plaats van achteraf.
Overfitting
Een model dat patronen in het verleden 'leert' die toevallig waren en in de toekomst niet werken. De grootste valkuil van datagedreven beleggen.
Survivorship-bias
De vertekening die ontstaat als je alleen naar de overlevers/winnaars kijkt en de mislukkingen weglaat — waardoor resultaten te mooi lijken.
Efficiënte markt
De theorie dat koersen alle bekende informatie al weerspiegelen, waardoor de markt structureel verslaan heel moeilijk is.
Kill-switch
Een noodrem: één bestand stopt alle handel onmiddellijk. Een van de harde guardrails die voorkomen dat een fout kan ontsporen.
RSI (Relative Strength Index)
Momentum-indicator op een schaal van 0-100. Boven 70 = overbought (mogelijk te ver gestegen), onder 30 = oversold. QUANTHEA gebruikt RSI op dag- én weekbasis voor multi-timeframe confluentie.
MACD
Moving Average Convergence Divergence: verschil tussen 12- en 26-daags voortschrijdend gemiddelde, met een 9-daags signaallijn erover. Positieve histogram = bullish momentum-bevestiging.
Bollinger Bands
Twee banden 2 standaarddeviaties boven en onder een 20-daags gemiddelde. Koers buiten de banden = uitzonderlijke beweging, meestal mean-reversion-risico.
Stochastic Oscillator
Toont waar de huidige koers staat binnen de high-low-range van de laatste 14 dagen. %K en %D allebei <20 = oversold, >85 = overbought. Gebruikt als bevestiging.
ATR (Average True Range)
Gemiddelde dagelijkse beweging in absolute koerseenheden over 14 dagen. Maatstaf voor volatiliteit gebruikt voor stop-afstand en positie-sizing.
Golden / death cross
Wanneer het 50-daags voortschrijdend gemiddelde over het 200-daags heen kruist: golden = omhoog (klassiek bull-signaal), death = omlaag (bear).
Order-ID (Alpaca)
Een unieke UUID die de broker uitgeeft voor elke order. Bewijs dat de transactie écht bij Alpaca staat — niet te fabriceren zonder hun accesssleutel.
Defensief
Een sector of aandeel waarvan de omzet nauwelijks meebeweegt met de economie — denk aan voeding, zorg en nutsbedrijven. Houdt beter stand in een recessie, maar groeit doorgaans rustiger.
Cyclisch
Het tegenovergestelde van defensief: sectoren die sterk meebewegen met de conjunctuur (auto's, luxe, industrie, banken). Profiteren in een opleving, vallen terug als het tegenzit.
Groei
Een groeiaandeel ontleent zijn waarde vooral aan toekomstige winst: de omzet groeit snel, maar de waardering is hoog en gevoelig voor rente en tegenvallers. Typisch technologie.
Waarde
Een waardeaandeel is relatief goedkoop gewaardeerd ten opzichte van winst of boekwaarde — vaak rijpere, stabielere bedrijven. De tegenpool van een groeiaandeel.
Dividend
Het deel van de winst dat een bedrijf uitkeert aan aandeelhouders. Defensieve sectoren en energie keren vaak stevig dividend uit; groeibedrijven herinvesteren liever.

Paper trading · illustratief · geen beleggingsadvies.

Verder ontdekken