Begrippenlijst
In gewone taal.
De begrippen die je op QUANTHEA tegenkomt, kort en zonder jargon uitgelegd.
- Paper trading
- Handelen met fictief geld op een oefenrekening. Echte koersen, echte orders, maar geen echt risico — ideaal om een strategie te testen.
- S&P 500
- Index van de 500 grootste Amerikaanse beursbedrijven; de standaard-maatstaf waartegen beleggers zich meten. QUANTHEA's scheidsrechter.
- Benchmark
- De maatstaf waartegen je prestatie wordt afgezet. Hier de S&P 500: de portefeuille is pas 'goed' als ze de benchmark verslaat.
- Alpha
- Het rendement bovenop de benchmark. Positieve alpha = beter dan de index; negatieve alpha = slechter. De kern van wat QUANTHEA probeert te bewijzen.
- Inverse-volatiliteit
- Een wegingsregel die rustige (minder beweeglijke) aandelen een groter gewicht geeft en onrustige een kleiner, zodat geen enkele positie de portefeuille domineert.
- Volatiliteit
- Hoe sterk een koers beweegt. Hoge volatiliteit = grote uitslagen = meer risico. Vaak geannualiseerd uitgedrukt in procenten.
- Beta
- Hoe sterk de portefeuille meebeweegt met de markt. Beta 1 = beweegt mee met de index; onder 1 = rustiger; boven 1 = beweeglijker.
- Drawdown
- De daling vanaf een eerdere top tot een dal. Een drawdown van −20% betekent dat de waarde tijdelijk een vijfde lager stond dan de piek.
- Rebalancing
- Het bijsturen van de portefeuille naar de doelgewichten: bijkopen wat te licht weegt, verkopen wat te zwaar weegt.
- Agentic AI
- AI die niet alleen tekst produceert maar zélf handelt: data ophaalt, redeneert, beslist en acties uitvoert. QUANTHEA is een agentic systeem.
- LLM
- Large Language Model — een groot taalmodel zoals Claude. Getraind op enorme hoeveelheden tekst, in staat tot redeneren en analyseren.
- Claude Code
- De agent-omgeving waarin Claude code draait, data leest en handelt. QUANTHEA gebruikt Claude Code om analyses te doen en orders te plaatsen.
- Backtest
- Een strategie testen op historische data. Klinkt overtuigend, maar is gevoelig voor 'overfitting' — daarom test QUANTHEA live vooruit in plaats van achteraf.
- Overfitting
- Een model dat patronen in het verleden 'leert' die toevallig waren en in de toekomst niet werken. De grootste valkuil van datagedreven beleggen.
- Survivorship-bias
- De vertekening die ontstaat als je alleen naar de overlevers/winnaars kijkt en de mislukkingen weglaat — waardoor resultaten te mooi lijken.
- Efficiënte markt
- De theorie dat koersen alle bekende informatie al weerspiegelen, waardoor de markt structureel verslaan heel moeilijk is.
- Kill-switch
- Een noodrem: één bestand stopt alle handel onmiddellijk. Een van de harde guardrails die voorkomen dat een fout kan ontsporen.
- RSI (Relative Strength Index)
- Momentum-indicator op een schaal van 0-100. Boven 70 = overbought (mogelijk te ver gestegen), onder 30 = oversold. QUANTHEA gebruikt RSI op dag- én weekbasis voor multi-timeframe confluentie.
- MACD
- Moving Average Convergence Divergence: verschil tussen 12- en 26-daags voortschrijdend gemiddelde, met een 9-daags signaallijn erover. Positieve histogram = bullish momentum-bevestiging.
- Bollinger Bands
- Twee banden 2 standaarddeviaties boven en onder een 20-daags gemiddelde. Koers buiten de banden = uitzonderlijke beweging, meestal mean-reversion-risico.
- Stochastic Oscillator
- Toont waar de huidige koers staat binnen de high-low-range van de laatste 14 dagen. %K en %D allebei <20 = oversold, >85 = overbought. Gebruikt als bevestiging.
- ATR (Average True Range)
- Gemiddelde dagelijkse beweging in absolute koerseenheden over 14 dagen. Maatstaf voor volatiliteit gebruikt voor stop-afstand en positie-sizing.
- Golden / death cross
- Wanneer het 50-daags voortschrijdend gemiddelde over het 200-daags heen kruist: golden = omhoog (klassiek bull-signaal), death = omlaag (bear).
- Order-ID (Alpaca)
- Een unieke UUID die de broker uitgeeft voor elke order. Bewijs dat de transactie écht bij Alpaca staat — niet te fabriceren zonder hun accesssleutel.
- Defensief
- Een sector of aandeel waarvan de omzet nauwelijks meebeweegt met de economie — denk aan voeding, zorg en nutsbedrijven. Houdt beter stand in een recessie, maar groeit doorgaans rustiger.
- Cyclisch
- Het tegenovergestelde van defensief: sectoren die sterk meebewegen met de conjunctuur (auto's, luxe, industrie, banken). Profiteren in een opleving, vallen terug als het tegenzit.
- Groei
- Een groeiaandeel ontleent zijn waarde vooral aan toekomstige winst: de omzet groeit snel, maar de waardering is hoog en gevoelig voor rente en tegenvallers. Typisch technologie.
- Waarde
- Een waardeaandeel is relatief goedkoop gewaardeerd ten opzichte van winst of boekwaarde — vaak rijpere, stabielere bedrijven. De tegenpool van een groeiaandeel.
- Dividend
- Het deel van de winst dat een bedrijf uitkeert aan aandeelhouders. Defensieve sectoren en energie keren vaak stevig dividend uit; groeibedrijven herinvesteren liever.
Paper trading · illustratief · geen beleggingsadvies.